Als schoolleiders elkaar in hoog tempo opvolgen.
Wanneer schoolleiders elkaar snel opvolgen, past een team zich aan. Docenten gaan door zoals ze altijd deden, afdelingsleiders houden nieuwe sturing op afstand en informele leiders vullen de ruimte die formele wisselingen openlaten. De macht verschuift dan stilletjes en wordt pas zichtbaar wanneer een nieuwe directeur iets wil veranderen dat raakt aan de dagelijkse praktijk.
De kern van het probleem is vertrouwen. Dat ontstaat door consistent handelen, aanwezigheid en woord houden. Als een directeur gemiddeld maar twee tot drie jaar blijft, leren leraren soms wachten tot de volgende directeur komt. Elke wisseling kost bovendien institutioneel geheugen: wie waar goed in is, wat eerder werkte en waar eerdere pogingen vastliepen.
Schoolbesturen hebben hierin een sleutelrol. Niet alleen bij de benoeming van een directeur, maar vooral daarna: voorwaarden scheppen om te kunnen wortelen. Stabiliteit in leiderschap is geen stilstand, maar juist een voorwaarde voor duurzame beweging.
Dit verhaal staat uitvoerig beschreven in jaargang 56 van het blad Didactief.